Consumentisme en het onderwijs

Wat is Consumentisme?

weegschaalVolgens Zygmunt Bauman leven we in een post-traditionele samenleving. De vaste sociale structuren die ooit ieder aspect van het dagelijks leven doordrongen, vallen uit elkaar. De gemeenschap verliest de macht om het leven van haar leden te reguleren. Daarom wordt het individu ten tonele geschoven om het gemis aan sociale structuur op te vangen. Het individu is de consument in een consumerende samenleving. 

In Consuming life laat Bauman zien hoe de wereld van de consument in elkaar zit. Als reactie op het neoliberale denken beschrijft hij de moderniteit als kritiek. Hij laat zien dat we meer en meer de menselijke waarden begrijpen en behandelen als commodity’s, als te kopen en te verkopen goederen. De commodificatie van alles is een van de kenmerken van onze moderniteit zo stelt Bauman. Hij laat goed zien dat er een verschil is tussen sec consumeren en het consumentisme. Consumeren heeft te maken met het vervullen van de behoefte van een mens, zoals eten, drinken en slapen omdat je het nodig hebt. Consumentisme is de doorgeslagen vorm waar de doelstelling is omgedraaid. ‘Unlike consumption, primarily a trait and occupation of individual human beings, consumerism is an attribute of society. For a society to acquire that attribute the thoroughly individual capacity for wanting, desiring and longing needs to be, just as labour capacity was in the producers’ society, detached (‘alienated’) from individuals and recycled/reified into an extraneous force which sets the ‘society of consumers’ in motion and keeps it on course as a specific form of human togetherness, while by the same token setting specific parameters for effective individual life strategies and otherwise manipulating the probabilities of individual choices and conduct.’ (Bauman, 2007, p. 28) Opvallend is dat Bauman hier laat zien dat het de maatschappij is, die behoeftig is. De mens als persoon raakt vervreemd van zijn eigen behoeften. ‘The ‘society of consumers’ is a kind of society which [..] ‘interpellates’ its members (that is, addresses them, hails, calls out to, appeals to, questions, but also interrupts and ‘breaks in upon’ them) primarily in their capacity of consumers’. (Bauman, 2007, p. 52) [1] Bauman spreek ook wel over post-modernisme, maar dat leidt vaak tot verwarring. Bauman kiest er bewust voor om het over de post-traditionele samenleving te hebben of hij heeft het over de ‘modernity’. De moderne tijd wordt onder andere gekenmerkt door een geloof in de maakbaarheid van de samenleving, de mogelijkheid van opwaartse mobiliteit, de erkenning van het primaat van het individu boven collectieven maar ook door het streven naar rationalisering en het bureaucratiseren van samenleving en maatschappelijke organisaties.

Wat zien we daarvan op de school?

Geldt dit ook voor de leerling op school? Ik denk het wel. Ondanks dat ik weet en ook geloof dat leerkracht zijn nog steeds een roeping is die voortkomt uit het echt willen helpen van kinderen, voelt de leerkracht ook de maatschappelijke druk. De leraar voelt in vanuit de maatschappij niet meer de roep om een kind te helpen of te begeleiden in de zoektocht naar een goed volwassen bestaan. Nee, de leerkracht voelt een plicht om een nuttig product voor de samenleving af te leveren. Om op een zo’n efficiënt mogelijke manier de ouders te voorzien van het product ‘kind met diploma’. En met de wens uit de politiek voor meer excellentie komt: ‘zo excellent mogelijk’ erbij.

Waar komt dit vandaan?

In de rechten van de mens, die opgesteld zijn in de tijd van de verlichting waarin de samenleving nog een gemeenschap vormde gebaseerd op de waarden van de Franse Revolutie staat: Artikel 26.2 ‘Het onderwijs zal gericht zijn op de volle ontwikkeling van de menselijke persoonlijkheid en op de versterking van de eerbied voor de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden. Het zal het begrip, de verdraagzaamheid en de vriendschap onder alle naties, rassen of godsdienstige groepen bevorderen en het zal de werkzaamheden van de Verenigde Naties voor de handhaving van de vrede steunen.’ (Office of the High Commissioner for Human Rights, 1998) Als je deze rechten leest, kan je daarin ook een bijdrage aan de maatschappij lezen, echter het is nog niet per se koopwaar. Dat is wat het tegenwoordig wel is geworden. Het bieden van steun voor de handhaving van vrede is iets anders dan het leveren van een economisch nut voor de maatschappij. Dat laatste is wat er tegenwoordig meer van kinderen wordt verwacht.

 

Facebooktwittergoogle_plusredditpinterestlinkedinmail
Dit bericht is geplaatst in Algemeen met de tags , , . Bookmark de permalink.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *